9 mei 2009

Persoonlijk ontwikkelingsplan

Doelen
Wat wil ik bereiken voor mezelf en waarom?

1 Orde houden op een manier die bij mij past
2 Duidelijke instructie geven (wat heb ik hier voor nodig?)
3 Ontdekken: Hoe vind ik het om les te geven aan onderbouw-klassen van een middelbare school ?

Activiteiten
Welke activiteiten ga ik daartoe ondernemen? Wie/wat heb ik daarbij nodig?

1 “Orde houden”
Activiteiten: In deze fase voornamelijk experimenteren met lesgeven en de mate van orde houden die ik hierin tegen kom. De dingen doen die mij goed lijken en deze bijschaven aan de hand van de feedback die ik krijg
Wie heb ik daarbij nodig: Mijn mentor, hoofdvak-docent en medestudenten. Iedereen die mij feedback kan geven. Daarnaast is feedback van de leerlingen voor mij ook zeer waardevol.
Wat heb ik daarbij nodig: Gelegenheid om lessen te kunnen geven op mijn stage.

2 “Instructie geven”
Activiteiten: Ook hier door lessen te geven, de praktijk mee te maken. Maar ook de kennis van vorige stages meenemen: Goede voorbereiding is de sleutel tot succes hierbij voor mij. Hiervoor geldt: Gewoon doen.
Wie heb ik daarbij nodig: Wederom mensen die mij feedback geven zodat ik hoor wat ik aan kan passen en wat er bij mij past.
Wat heb ik daarbij nodig: Mogelijkheid om les te kunnen geven op stage.

3 “Ontdekken”
Activiteiten: Uiteraard weer de praktijkervaring. Maar ook de hoofdvak lessen op het conservatorium. Dit is een breed doel dat voor mij ook buiten school verder gaat in de zin van het reflecteren op mijn ervaringen als ik thuis ben bijvoorbeeld.
Wie heb ik daarbij nodig: Zie vorige doelen: Mentor, hoofdvak-docent, medestudenten enz.
Wat heb ik daarbij nodig: Lesmomenten, hoofdvaklessen, mijn blog waarop ik alles bijhoud (goed voor een chaotisch persoon!)

Belemmeringen
Wat zijn de grootste moeilijkheden om de gestelde doelen te bereiken?

1 “Orde houden”
Heb een losse manier van doen, dit is vaak te los
Was zelf enorm braaf en begrijp daarom niet wat de leerling nodig heeft
Nog te weinig ervaring en vaardigheid in het lesgeven om een manier te hebben die bij mij past en ben daarom bovendien nog met duizend andere dingen bezig. Kortom: er komt veel op mij af.

2 “Instructie geven”
Tijdgebrek! Niet goed er voor gaan zitten en het uitdenken, maar bepaalde zaken afraffelen.
Ik denk vaak dat ik me goed voorbereid heb, maar dat is dan nog net niet goed genoeg
Ook al bereid ik me goed voor, vaak ben ik te los en gooi het daarom zo weer over een andere boeg. Ik houd me dus niet zo goed aan mijn lesplan.
Ik heb veel moeite met het veranderen op dit gebied. Ik boek amper vooruitgang wat dit betreft wat er voor zorgt dat ik er vaak moedeloos van wordt.

3 “Ontdekken”
Vermoeidheid. Niet altijd de geestelijke energie hebben om de dingen tot op de bodum uit te diepen. Met name aan het eind van de dag wanneer ik juist tijd heb.

Kansen
Welke factoren vergroten de kans dat jij je doelen bereikt?

1 “Orde houden”
Mijn sterke wil. Als ik het wil dan ga ik er ook helemaal voor en laat ik me niet opzij zetten.
Ik ben positief naar leerlingen toe. Ik geef hen vertrouwen.
Ik zet door. Ik blijf vallen en opstaan tot ik het kan.
Ik krijg goede tips van mijn mentor en medestudent.

2 “Instructie geven”
Ik kan op een boeiende, enthousiaste manier uitleg geven.
Als ik mij goed heb voorbereid kan ik heel duidelijk uitleggen.
Ik betrek de leerlingen bij mijn uitleg, maak gebruik van hun kennis.
Ook hier krijg ik goede tips van mijn mentor en medestudent.

3 “Ontdekken”
Ik heb passie voor het vak.
Ik heb ervaring met reflecteren en observeren op het gebied van mijzelf als docent
Ik ben eerlijk.
Uiteraard ook hier: de feedback van anderen.

Tijdpad
Wanneer denk je de beschreven doelen te hebben bereikt?

1 “Orde houden”
Ik wil dat ik dit jaar in ieder geval kan beschrijven wat hoe ik het zou willen en wat bij mij past. Verder denk ik dat dit leerdoel een doel blijft gedurende de hele opleiding en misschien ook nog wel daarna, ik zal nooit 100% klaar zijn met dit doel.

2 “Instructie geven”
Ook hier geldt dat ik wil dat ik het aan het eind van het jaar in ieder geval kan beschrijven: wat doe ik, wat wil ik, wat past bij mij. Volgend jaar ga ik aan de slag met het volbrengen van mijn doel. Ik hoop dit volgend jaar zeker onder de knie te hebben, maar als dat niet lukt is het ook geen wereldramp.

3 “Ontdekken”
Deze is aan het eind van dit jaar grotendeels behaald. Eigenlijk is dit al mijn tweede jaar op een lerarenopleiding dus ik ben al een eind op weg met dit doel voor mijn gevoel. Ik denk dat ik genoeg weet na deze stage om hier een mening over te kunnen vormen. Of deze permanent is valt natuurlijk te betwijfelen, je mening kan altijd veranderen door andere ervaringen in de jaren hierna.

Evaluatie
Hoe ga je tussentijds en achteraf evalueren

Aan tussentijdse evaluatie geen gebrek. In de praktijk blijkt dat ik zoveel evalueer dat ik er op het eind van de dag helemaal gek van wordt.

moment 1: Direct na mijn gegeven les met medestudent Renske
moment 2: Het 6e uur met mijn mentor en medestudent
moment 3: Op het conservatorium met hoofdvakdocent en medestudenten
moment 4: Als ik thuis kom met mijn ouders/zusje
moment 5: Op mijn blog

Op papier blijven hiervan de volgende dingen over:
Elke week een ingevuld feedbackformulier van mijn mentor
Elke week een lijst met tips en tops van mijn medestudent
Elke week een verhaal op mijn blog

Achteraf:
Stagebeoordelingsformulier ingevuld door mijn mentor.
Stageverslag door mijzelf gemaakt.
Vragenlijsten ingevuld door leerlingen over mijn lesgeven.




.

2 opmerkingen: