25 november 2008

Zesde stagedag [19 november]

Met de gedachte: "als ze goed kunnen luisteren kunnen ze ook beter zingen" heb ik vandaag mijn derde luisterles gegeven. Het ging om het herkennen van instrumenten. Ze kregen per groepje een stapeltje papier met daarop plaatjes van instrumenten, aan hen om te horen welke het was.

Ik geen grotere fout kunnen maken bij een groep 3 dan ze deze les in groepjes te laten doen. Reden hiervoor is dat kinderen van ca. 6 jaar nog totaal niet bezig zijn met samenwerken. Zij zijn nog niet in een levensfase waarin zij het belang daarvan inzien. Bij zesjarigen ligt de focus op het ontdekken van hun kunnen, vlijtigheid staat dus bovenaan. (Voorgaande is gebaseerd op de theorie van Erik Erikson over de psychososiale ontwikkeling van de mens. Zie link voor meer info: Is er interessant! en zorgt voor meer begrip naar leerlingen toe! Een aanrader om te lezen dus!) Al met al hield dit in dat samenwerken niet aan de orde was met als gevolg dat er veel reruzied werd over welk plaatje goed was, wie dit om hoog mocht houden enz.

Mede dit en de manier waarop ik het "spel" in elkaar gezet had zorgde er voor dat de leerlingen ontzettend druk waren. Ik moest continu om stilte vragen en het was moeilijk de aandacht vast te houden. Toch dacht ik: Goh, dit is wel een goede les om mijn "orde houden" te oefenen. Ik zag het meteen als een uitdaging en niet als een ramp. Hier ben ik erg blij mee omdat ik weet dat ik me op deze manier verder zal ontwikkelen door er lering uit te trekken. Naar eigen zeggen vond ik dat het me goed lukte om streng te zijn zonder mijzelf daarvoor te verloochenen. Met andere woorden: op mijn manier. Wat is deze manier? Vragen om stilte, geduld hebben, leerlingen persoonlijk aanspreken op gedrag (waarbij ik er nog wel tegen aanloop dat ik niet alle namen goed uitspreek en dus liever dit vermijd), eerlijk zijn naar de klas: ik vind dit niet fijn, willen jullie.... (altijd duidelijk zijn in je verwachtingen is mijn ervaring.) Hier ben ik dus best tevreden mee.

Feedback op deze les voeg ik later toe. Ik moet dit nog bespreken met Christian.

Vraag van de week:
Op welke manier zorgen jullie voor rust in de tent? (orde houden)? Hebben jullie nog tips?

3 opmerkingen:

  1. Dag nynnie,

    Even over jouw vraag!!
    Hoe stil wil je het hebben dan?
    Is er een reden voor dat het stil moet zijn?

    Ik zit er ook mee hoor, maar ik hoef het niet stil te hebben zolang er maar naar me geluisterd wordt. Als we aan een nieuw onderdeel beginnen, dan wil ik het wel stil hebben en gebruik ik het teken. Daartussen mag er van mij geroezemoes zijn, maar wel dat de les loopt. Misschien heb je hier iets aan? :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik wil ook zo graag rust in de tent. Wat Marijn zegt, herken ik wel. Als ik aan een nieuw onderdeel begin, dan wil ik dat het stil is.. maar ben ik wat aan het zoeken of pakken dan moet dat geroezemoes kunnen.

    Bij mijn groep 5/6 heb ik vanaf het begin de hand gebruikt. Daarnaast ga ik soms ook gewoon met mijn armen over elkaar zitten en wachten. Bij mij op school werken ze met het stoplicht en die gebruik ik dus ook. Rood = zelfstandig en stil, Oranje = fluisterend overleggen, Groen = samenwerken waarbij kletsen mag. Hier kan ik naar verwijzen, wat erg prettig werkt.

    Ik merk wel dat ik de verwantwoordelijkheid ook al wel een beetje bij de leerlingen leg, wat misschien niet echt toepasbaar is in jouw groep. Maar als ze niet stil willen worden, zeg ik ook wel eens: 'jammer hoor, ik heb zo veel plannen, maar dat ga nu niet lukken'.
    Niet het allerleukst om te doen, maar wel grensaangevend.

    Succes!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Orde ontstaat over het algemeen als iedereen weet wat hij wél moet doen. Staat of valt dus met
    1. heldere instructie
    2. met zo min mogelijk tekst
    Zeg alleen iets als het heel zinnig is: dan bestaat er een noodzaak om ook echt te luisteren als je wat zegt, omdat je altijd iets belangrijks zegt. Als de helft van je woorden eigenlijk alleen maar 'tekstvulling' is (zwaar van de 'even's', de 'misschienen', de 'zouden jullie's', de 'en, maar, dus, desalniettegenstaanden'), kan je er ook wel gewoon doorheen mummelen, want: "ze praat zoveel en graag, als het echt belangrijk is, zegt ze het nog wel een keer...". Dat geeft ruismomenten en dus onrust.
    Altijd goed is om even secuur jezelf te beschouwen tijdens een moeizame koorrepetitie op dinsdag om een uur of half vijf: hoeveel momenten van 'ruis' tel je en hoeveel daarvan heb je gebruikt voor een kleine chat met de buren...?! Juist. Een leerling is soms net een mens.....

    BeantwoordenVerwijderen